Preekstoelen.com

Informatie

Een kansel of preekstoel is een verhoogde plaats in een kerk, synagoge of moskee, van waaraf de geestelijke een preek houdt.

Het woord kansel stamt uit het latijn 'cancelli' en betekent "traliewerk" of "hek". In de vroegere periode van het christendom diende een kansel als preekgedeelte die een barrière vormde tussen het schip van de kerk en het altaar.

In grote kerken werden de preekstoelen vaak hoog gebouwd en voorzien van geëlaboreerde versieringen. Vaak werd de preekstoel om redenen van akoestiek overdekt met een klankbord, de klankkaatser genoemd. De kansel bleef ook na de reformatie bestaan in protestantse kerken. In de Oosters-Orthodoxe kerken is de preekstoel vaak een laaggeplaatst platform.

De preek werd steeds belangrijker in loop van de Middeleeuwen. Vooral in de dertiende eeuw nam het preken een grote vlucht, met als belangrijk doel het bestrijden van ketters (mensen die in de ogen van de katholieke kerk het geloof niet op de juiste wijze belijden). In de dertiende eeuw werd nog veel buiten gepreekt. In de vijftiende eeuw werd de preek een belangrijk onderdeel van de mis. Deze waardering voor de preek bracht de behoefte aan een preekstoel met zich mee. Of deze er eenvoudig uitzag of juist rijkelijk versierd was hing af van de financiële mogelijkheden van de kerk.

Preekstoelen in Nederland

Vanaf de Reformatie nemen de preekstoelen een prominente plaats in bij de Nederlandse kerken. Met name in de zeventiende eeuw ontstaat er een rijke traditie bij het bouwen van preekstoelen. Er zijn acht middeleeuwse preekstoelen bewaard gebleven, waarvan drie in de provincie Groningen: in Fransum, Woltersum en Vriescheloo.

In Fransum staat een bakstenen preekstoel uit het eind van de vijftiende, begin van de zestiende eeuw. Uit de eerste helft van de zestiende eeuw is de houten preekstoel in Woltersum afkomstig. Toen men in de jaren '60 de zwarte verf van de preekstoel verwijderde kwamen er schilderingen te voorschijn met het lijden en sterven van Christus. Ook in Vriescheloo staat een houten preekstoel uit de zestiende eeuw. Er zijn Latijnse teksten in aangebracht, onder andere de tekst "Abt Doccumanus heeft mij laten maken in 1560". Hoewel de stijl van deze preekstoel als Renaissance wordt gekarakteriseerd, wijzen de teksten en de functie van abt op de kerkelijke situatie van voor de Reformatie.

Na de Middeleeuwen zien we vrijwel alleen houten preekstoelen. Vooral uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn vele exemplaren met uitbundig versierd houtsnijwerk overgebleven. In het midden van de achttiende eeuw ontstond het neoclassicisme in de bouwkunst. Ook preekstoelen werden in deze nieuwe stijl ontworpen. Voorbeelden hier van zijn te bewonderen in de doopsgezinde kerk van Uithuizen en in de doopsgezinde kerk van Sappemeer.